Welkom
op de website van de Pastorale Eenheid regio Mill
Vanaf ongeveer 1427 tot 1566 was er in Haps een kapel,
die vanuit Cuijk werd bediend door de geestelijken die
ook in Cuijk werkzaam waren. Rond 1600 werd de kapel
uitgebouwd tot een kerk. Dat was de eerste kerk van
Haps die als patroonheilige de H. Nicolaas had. Zo werd
Haps een zelfstandige parochie. In 1637 werd Jan Broeren
de eerste pastoor.
Rond 1600 woonden er ongeveer 250 mensen in Haps.
Rond 1648 werd het zuiden van het land overheerst door
de protestanten en werd de katholieke godsdienst verboden.
Het kerkje werd gesloten. De katholieken bouwden een
schuurkerk in Oeffelt en gingen daar ter kerke In 1662
werd een protestante dame begraven in het kerkje van
Haps. Ze heette juffrouw Johanna van Karpen; haar grafsteen
staat nu bij de ingang van de kerk onder de toren.
In 1693 mocht de kerk weer open en kwam er weer vrijheid
van godsdienst. De kerk werd aan de katholieken teruggegeven.
In 1808 was pastoor Derks pastoor van Haps en hij besloot
een nieuwe kerk te bouwen vanwege de kleine ruimte in
de oude kerk en het toenemend aantal inwoners van Haps.
Haps telde toen 562 inwoners, die allemaal katholiek
waren. In 1810 was de kerk klaar. In 1819 kreeg Haps
voor het eerst een kapelaan.
In 1897 was de kerk weer te klein en pastoor Hermans
maakt plannen voor een nieuwe grotere kerk. C. Fransen,
een leerling van Kuijpers, afkomstig uit Roermond werd
de architect. Hij bouwde 76 kerken. De eerste kerk die
hij bouwde was die van Beers.
H. Vereijken uit Bergeijk werd de aannemer van de Hapse
kerk. Hij bouwde de kerk voor de som van fl 51.322,--.
In augustus 1899 werd de kerk in gebruik genomen en
de oude kerk werd afgebroken. Die oude kerk stond op
de plaats waar nu het huidige kerkhof ligt. In juni
1900 werd de kerk door bisschop Wilhelmus van de Ven
uit Den Bosch ingewijd. Er was drie jaar aan de kerk
gebouwd.
In die tijd verdiende een metselaar, een timmerman
en een smid 18 cent per uur, een leidekker 20 en een
opperman 12 cent per uur.
De huidige kerk is 13 meter hoog, 38 meter lang en
16 meter breed. De torenspits is gemeten vanaf de grond
45 meter hoog. In 1900 woonden er in Haps 950 mensen.
De altaren, het hoogaltaar en de twee zij-altaren,
zijn versierd met voorstellingen uit hout gesneden.
Het hoogaltaar is versierd met afbeeldingen uit het
leven van de H. Nicolaas, de patroonheilige van de parochie.
Het ene zij-altaar is toegewijd aan Maria en versierd
met afbeeldingen uit het leven van Maria, het andere
zij-altaar is toegewijd aan de H. Josef en versierd
met afbeeldingen uit zijn leven.
Het houtsnijwerk voor de zij-altaren is gemaakt door
het atelier Thissen uit Roermond tussen 1900 en 1905.
Ook de meeste beelden in de kerk zijn gemaakt door dit
atelier.
Opvallend in de kerk is de doopvont van rond 1600,
nog gebruikt in de eerste kerk. De preekstoel werd in
1855 geschonken door het St. Nicolaasgilde. De kruiswegstaties
zijn uit 1905 en geschilderd op koperen platen door
Karel Beijaart uit Brugge.
De huidige drie klokken zijn de vervangers voor de
twee oude klokken die in de Tweede Wereldoorlog door
de Duitsers zijn weggehaald en omgesmolten tot grondstof
voor kanonnen.
|